Wat is de RijnGouweLijn (RGL)?
De RijnGouweLijn is een spoortracé voor een sneltram van Gouda tot aan het transferium bij de A44. Tot bij station Lammenschans volgt de RGL het bestaande spoor van de NS. Bij station Lammenschans zal de RGL in de plannen van provincie afbuigen en door de binnenstad via onder andere de Lammenschansweg, Hooigracht en Langegracht naar station Leiden Centraal rijden. Na het centraal station rijdt de RGL via het LUMC en de Zernikedreef naar het transferium.
Het materieel van de RGL is Lightrail, ook wel een sneltram genoemd, groter en zwaarder dan de stadstrams uit bijvoorbeeld Den Haag of Amsterdam, maar een slag kleiner en lichter dan een NS-sprinter.
Waar ging het referendum uit 2007 ook alweer over?
Vanaf het begin van de planvorming voor de RGL enige jaren geleden, is er weerstand geweest vanuit de Leidse bevolking en diverse maatschappelijke organisaties en (wijk)verenigingen tegen de komst van deze sneltram Rijngouwelijn. Binnen de politiek stond de ChristenUnie destijds nog alleen in haar verzet. In 2002 is er een referendumverzoek gedaan door inwoners van onze stad. Het toenmalige college van B&W heeft dit verzoek echter afgewezen en de planvorming doorgezet. Het college dat daarom volgde – waarvan de ChristenUnie deel uitmaakt – heeft deze fout hersteld en wilde eerst van de Leidse inwoners weten of RGL-plannen op draagvlak konden rekenen.
Op 7 maart 2007 mochten alle Leidse inwoners naar de stembus voor de Provinciale Statenverkiezingen en ook eindelijk ook voor het referendum over de Rijngouwelijn. Met een opkomstpercentage van 54% en een uitslag van nee stemmers van 69% gaf de Leidse bevolking in grote meerderheid aan de RGL-plannen niet te zien zitten.
Wat gebeurde er na het referendum?
De provincie Zuid-Holland, die initiatiefnemer is van de RijnGouweLijn, was uiteraard niet blij met de uitslag van het referendum en dreigde dan ook de aanleg af te dwingen. Vervolgens ontstond er veel politiek tumult over de vraag of de Leidse bevolking tegen elke vorm van aanleg van RGL gestemd zou hebben of alleen tegen het voorgestelde tracé. Deze kwestie liep zo hoog op dat de SP uit het college stapte. Het nieuwe college bestaande uit PvdA, VVD, CDA en GL (waar de ChristenUnie dus niet langer deel van uitmaakte) besloot te buigen voor de druk van de provincie. Wel bleek het na zes jaar eindelijk mogelijk om met de provincie over een ander tracé te praten. Zodoende kwam het Hooigracht-Langegracht tracé in beeld. In de afgelopen twee jaar zijn de beide tracé’s met elkaar vergeleken. Het Hooigracht-Langegrachttracé kwam daar al beste uit de bus. In december 2008 is de definitieve bestuursovereenkomst met de provincie ondertekend. De RGL zal dus over de Hooigracht-Langegracht worden aangelegd.
Wat vindt de ChristenUnie van het Hooigracht-Langegrachttracé?
De ChristenUnie heeft nooit geloofd in de meerwaarde van RGL-Oost en heeft veel liever dat het geld wordt gestoken in verbetering van het NS-spoor en van de dienstregeling tussen Leiden en Utrecht. Ook is de ChristenUnie tegen de uitholling van het busvervoer in de regio door de komst van de RGL. Daarbij is de ChristenUnie het nooit eens geweest met de manier waarop het huidige college heeft gebogen voor de druk van de provincie om de RGL aan te leggen. Hoewel de ChristenUnie de handelswijze van het huidige college dus niet deelt, is ChristenUnie wel tevreden dat het gewraakte Breestraattracé definitief van tafel is. Alleen jammer dat de provincie pas na zo veel jaar bereid was om serieus over een ander tracé mee te denken. Het Hooigracht-Langegrachttracé kent een behoorlijk aantal voordelen ten opzichte van het Breestraattracé, nl. einde van het huidige verkeersriool Hooigracht, een betere dienstregeling doordat hij geheel dubbelsporig wordt aangelegd, en het biedt mogelijkheden tot toekomstige uitbreiding met andere lijnen. Ook lijkt het tracé op het eerste gezicht veiliger voor fietsers en voetgangers, al moet dit allemaal nog wel worden onderzocht.
De komende tijd zal de ChristenUnie de verder planvorming kritisch blijven volgen. De verkeersveiligheid voor m.n. fietser en voetgangers, het behoud van goed busvervoer in de regio en de verbetering van de treindienst tussen Leiden en Utrecht zijn nog steeds en blijven onze belangrijkste ijkpunten.
